spacer

veiligheidpreventie_man_over_boord

Op zondag 25 oktober 2009 ervaar ik een echte M.O.B. situatie aan boord van mijn zeiljacht Lucky Bitch. Een betere training kan je niet hebben. We hebben het er goed van af gebracht. Hier het uitgebreid verslag:

Verslag Sigrid, Skip SY Lucky Bitch:
Het is nu bijna 2 weken geleden gebeurd: de ergste (?) nachtmerrie die een schipper kan overkomen: Man Over Boord. Ik kom er pas nu toe het relaas op papier te zetten: op zondag 25 oktober hebben Wilfried, zijn broer Bob en ik afgesproken om te gaan zeilen met mijn Lucky Bitch, een stalen Van De Stadt van 35 ft. Wilfried zeilde reeds verschillende keren met me mee. Bob zijn broer kende ik niet, maar ik vind het altijd wel okay dat men zelf extra kandidaat mee zeilers meebrengt. Ik tref zaterdag de nodige voorbereidingen: meteo en getijcheck, bootcheck, controle batterijen en motor, controle radio en aanwezigheid veiligheidsmateriaal en oprommelen want ik heb wat geklust en dan ligt er wel 1 en ander over de kajuitvloer, tafel en banken verspreid. Ik doublecheck `s avonds nog een keer de voorspellingen en neem hoogte van het tijdstip van laag water. Mijn thuishaven - Blankenberge – heeft namelijk het minpuntje dat je bij laag water met een redelijke diepgang (1m80 bij mijn jacht) niet door de havengeul kan wegens te weinig water. Om 12u is het laag water en ik zag in mijn getijde boekje eveneens dat het dood tij is, dus geen al te sterke stroming. Ik maak een summiere tochtplanning en het afgesproken uur 0900 aan boord is okay. Ik bevestig per sms en wijs Wilfried er op dat we wel ten laatste om 10u dienen uit te varen en herinner hem nog eens aan de overgang van zomer- naar wintertijd. In zijn sms-reply vraagt hij of er een lifejacket aan boord is voor zijn broer Bob. Uiteraard, ik heb er een 3-tal reserves liggen evenals 2 lifelines voor zij die aan dek werken…. Alles so good so far: duidelijke communicatie, goede voorbereidingen en alles is in orde en gechecked, wat zeg ik, gedoublechecked. Op deze manier zeil ik het liefst en nagenoeg altijd. Ik ben tenander skip en draag deze verantwoordelijkheid. De paar enkele keren van overhaast vertrek in mijn 15 jaar zeilen als skip met eigen jacht, zijn me telkens zuur opgebroken. Geen erge dingen: veel te laat arriveren, bij donkerte binnen varen, zeeziekte, kou, vastlopen en andere ongemakken. Het blijft als een paal boven water: `zeilen is een denksport. Een risico sport? Tja, misschien wel, net zoals diepzeeduiken en bergbeklimmen, maar ook zoals met de auto op de autostrade rijden. Wanneer neem je een risico? Welke factoren spelen mee bij het al dan niet `gevaarlijk` zijn? Wat zijn de gevaren? Hoe reageer je, beter nog, hoe anticipeer je? Allemaal vragen die intens door mijn hoofd spelen, na die beruchte zondag. De meteo geeft een 5 tot 6 bf. (ZW) en golven van 1 meter voor morgen. Ik hoor een 1ste alarmbelletje in mijn achterhoofd rinkelen. Ik hanteer het principe om uit te varen tot 5 bf. (het is nog steeds PLEZIERvaart), 6 bf. doe ik nog, als mijn medezeilers sterk geoefende en ervaren zeezeilers zijn. Bij 7 bf. vaar ik niet uit. Wat niet wil zeggen dat ik mijn schip niet kan zeilen bij die windkracht, zeker wel mits 3X gereefd grootzeil en een klein (storm)fokje aan de babystag en met alle andere zwaar-weer-zeilen voorwaarden voldaan. Maar, ik zoek het niet op, ik speel veilig en lig liever verwaaid te wachten tot een beter `weather window`. 5 tot 6 ZW…. Het is een twijfelgeval. Sowieso 2 reven in het grootzeil, deze leggen in de haven, in de box op voorhand. Wilfried kan het aan, dat weet ik, maar Bob…?? Ik besluit de boel morgenvroeg te herbekijken, soms zit de meteo er wat naast. En wie is Bob? En hoe is het eigelijk met Wilfried, het is wel een jaar geleden dat ik hem nog zag! De mannen zijn de volgende dag paraat, arriveren zelfs iets te vroeg, ik sprint naar de douche terwijl zij alvast aan boord gaan. Bob wordt uitgebreid bijgestaan door Wilfried die duidelijk zin heeft om te gaan zeilen. Ik loop over de steigers en voel dat het inderdaad 5-6 ZW is, de meteo zit er op. Ik bekijk het bulletin aan de het havenkantoor: de hele dag 5-6 en golven van 1 meter. Verdorie. Terug aan boord overlopen we alles. Ik geef, zoals gewoonlijk, mijn uitgebreide briefing. `Communicatie sleutel tot succes` leerden we in de Vlaamse Zeezeilschool. We trekken de pakken en jackets aan. Ik gebied Bob in de kuip te blijven en zie dat Wilfried zijn lifeline mee heeft. We gaan er voor! Ik maak mijn 1ste fout: Bob heeft nog NOOIT gezeild, met deze meteo (het is te doen, maar is sowieso ruw) dien ik dit plan, met deze crew eigenlijk te cancelen. Toch varen we uit. Zoals gewoonlijk loopt alles vlekkeloos. We hebben de 2 reven in het grootzeil gelegd. We rollen de genua heel miniem uit. Met halve wind gaat de Lucky Bitch er van door tegen een 8,5 knopen. Alles perfect onder controle. Het is zalig zeilweer, de zon komt erdoor en we genieten. Behalve Bob… hij heeft last van opkomende zeeziekte. De golven zijn inderdaad imposant. Ik zeg van in het begin dat we te allen tijde weer kunnen binnenvaren. Doch bedenk dat dat eigenlijk pas vanaf 14u kan, met het laag water van 12u. Wilfried gaat zijn broer Bobijn (die nog steeds pips was) met zijn eigen lifeline vastmaken aan de boot. Een goed idee, want eens een zeezieke wil gaan kotsen, zou die zich nogal overmoedig over de reling kunnen gaan werpen … `Maar, hee, wat is dat, het ding is kapot? De sluiting doet het niet meer? Daarnet wel nog, toen ik hem gebruikte op het dek bij het hijsen van het grootzeil. Hoe jammer, het is stukgegaan. ` Beetje gevloek en dan gerelativeer: ` ach, terugbrengen en reclameren, he`. Maar, Wilfried zijn lifeline is vanaf nu wel nutteloos…Afin, we kunnen Bob overhalen te sturen en dat gaat bijzonder goed. Eerst nam Wilfried van me over en ik merkte enige concentratieproblemen.

wilfried en bob
Wilfried en Bob

Nu ja, sturen op deze golven en honderduit kletsen met de crew is niet evident. Bob doet het echter prima, een waar natuurtalent, zeiden we nog. Wilfried was fier op zijn broer. Ik was blij dat er weer een gezond kleurtje op zijn gezicht kwam en vooral die pretlichtjes in zijn ogen, het puur genieten van dit super zeilweer gaven me volledig vertrouwen. Zo vaarden we een 4 tal uren over en weer, telkens halve wind, om beurten wat sturen en allen puur genieten. Alles was 100 procent onder controle. Al babbelend komen we o.a. op het onderwerp `veiligheid`. Bob: ` en als er nu iets fout gaat, kan Sigrid dan iemand waarschuwen of zo? Is er apparatuur aan boord hiervoor? Ja, er is de radio en dan kan ze te allen tijde `gewoon` met de VHF een Mayday of ander berichtgeving doen. Fout nummer 2 van mij, t.t.z. eerder een bijgeleerd item: in de briefing aan de crew, voor vertrek, een korte uitleg over de marifoon (VHF) geven: waar staat die? Hoe zet je hem aan? Hoe kies je een kanaal en hoe doe je een noodoproep? Als laatste hebben we het nog over bezwarende factoren voor zeeziekte: stress, angst, zwaar weer, te weinig gegeten, te vettig gegeten, te veel alcohol de dag ervoor, vermoeidheid ... Bob en Wilfried biechten op dat ze de dag ervoor wat erg Bourgondisch gedaan hadden…. Het viel me plots ook op dat Wilfried er moe uit zag, Bob niet, in tegendeel. Ikzelf voelde me in topconditie. Verder vernam ik dat Wilfried nog maar net terug was van zakenreis en met wat jetlag zat. Afin, het liep tegen 14u, dus vanaf nu konden we veilig binnenvaren. Dat vond Wilfried zeer goed, hij zei me zelf dat hij moe was. Voor Bob mocht het allemaal nog langer duren, hij had de smaak te pakken en was niet meer van het stuurrad te slaan. Fijn. Tegen half 3 begon ik met de voorbereidingen om Blankenberge binnen te varen. Het is altijd het lastigste werk van het zeilen: het grootzeil naar beneden laten en op de giek vastmaken. Zeker met reuzegolven en veel wind zoals nu. Het is ook een job waar je erg alert moet zijn. Je dient in goede conditie te zijn, snel te werk te gaan, je verstand te gebruiken, handig te zijn en de timing is ook zeer belangrijk. Je kan het zeil enkel te baas als het schip in de wind ligt, er geen druk op het zeil is. Als het zeil wind vangt (zeker bij veel wind), is het veel te sterk om er wat dan ook mee te doen. Ik bespreek het manoeuvre dus uitgebreid en lang vooraf met Wilfried, want wij 2 gaan het werk doen. Bob is beginner, stuurt eigelijk goed, maar ik kan hem geen andere werkjes geven aan boord wegens te weinig ervaring. We zijn dus met 2: 1 iemand aan het stuur om de boot perfect in de wind te houden (op motor). De ander gaat aan de mast, aangelijnd met lifeline, het zeil met de val naar beneden laten en opbinden met de zeillinten aan de giek. Van uit de kuip dient de giek vast gezet te worden in het midden van de kuip, zodat de dekwerker probleemloos op de giek kan steunen. Verder zijn er de Lazy Jacks: touwen in triangel vorm die van bovenaan de mast naar de giek lopen aan beide zijden en waartussen het grootzeil dus als het ware gevangen komt te zitten als het naar beneden komt. Wilfried is kandidaat om dekwerker te zijn. Ik maak een 3de fout: ik dien deze job op mij te nemen daar ik weet dat het straffe kost gaat zijn met die golven en wind en daar ik zie dat Wilfried toch wat te moe is. De motor is aangezet. We hebben de rolgenua probleemloos ingedraaid. Ik sta aan het stuurwiel en herhaal het manoeuvre: Wilfried naar dek, lierhendel mee, enkele zeillinten mee, aanlijnen, (ik vergeet te zeggen : altijd vasthouden aan de boot: 1 hand voor jezelf , 1 hand voor de boot) kraanlijn op en vast zetten. Ik ben intussen op motor perfect in de wind en concentreer me erop de boot in de wind te houden. Bob blijft in de kuip en zal eerst de grootschootblok op de overloop in het midden zetten en langs beide kanten blokkeren zodat die in het midden blijft staan, vervolgens de grootschoot wat vieren – zodat de kraanlijn opgetrokken kan worden – vervolgens de grootschoot weer aanhalen zodat deze vast staat en je hem als houvast kan gebruiken en het geen uitzwiepend moordwapen is. So far so good. Nee, helemaal niet goed: Wilfried is te moe Wilfried is niet aangelijnd (wegens zijn stukke lifeline en er niet aan denken mijn reserve te gebruiken) Het manoeuvre gebeurd niet rap genoeg Het manoeuvre gebeurt niet juist. Wat is er toen volgens mij gebeurt: ik draai de boot op motor in de wind (ZW), net voor de haveningang van Blankenberge, een halve mijl in zee ongeveer. Wilfried gaat (niet aangelijnd) naar het dek. Hij trekt de kraanlijn op. Ik beveel Bob die in de kuip zit, de grootschoot te vieren. Hierdoor kan Wilfried op het dek de kraanlijn ver genoeg aanhalen zodat de giek hoog genoeg komt. Wilfried zet de kraanlijn vast. Het gaat (mijn inziens) allemaal traag. Ik beveel Bob de giek in het midden van de overloop te zetten en te blokkeren en hard aan te halen. Dit gebeurt. Tot mijn verbazing/ergernis zie ik dat het grootzeil nog steeds niet naar beneden is. Ik roep naar Wilfried dat dit nu moet gebeuren en geen `uren` mag duren. De golven zijn groot en er staat veel wind. Het is acrobatenwerk op het dek en het moet volgens mij allemaal snel gaan. Wilfried laat het grootzeil zakken. Het zakt, maar komt buiten de Lazy Jacks terecht met het bovenste stuk. Ik vloek binnensmonds en roep nogmaals naar Wilfried dat het grootzeil VOLLEDIG gedropt moet worden, NU. Het grootzeil blijft halverwege de mast staan (er zaten 2 reven in, dus het was maar een klein oppervlakte!), nog erger, doordat de val vrij spel heeft, gaat het grootzeil lekker terug naar boven klimmen. Die wil nog gaan zeilen, zeker? Het zeil dient even met de val terug opgetrokken te worden en weerom gedropt in de Lazy Jacks. Dit wordt niet gedaan. Het duurt me te lang. De grootzeilval is intussen blijkbaar losgeslagen want zwiept nu hoog boven de kuip en zo gaat het grootzeil nog meer een eigen leven leiden en is het haast niet meer in te tomen. Nu vloek ik hardop en roep tegen Bob dat hij aan het stuur moet komen want dat Wilfried in de problemen zit en dat hij assistentie nodig heeft en dat het grootzeil sito presto naar beneden en opgebonden dient te worden. Bob neemt het stuur over, ik dubblecheck de stand van de giek, perfect: ik kan me eraan vasthouden. Fout 4: ik heb zelf geen lifeline aan en neem niet de tijd die eerst te gaan aandoen. Op het moment dat ik naar dek wil, zie ik Wilfried `vallen`, ergens uit de lucht aan de bakboordzijde van de boot, wel voorbij de boot en hij valt dus zomaar in zee. Ik hoor hem `Merde ` roepen en vervolgens klagerig `oh nee`. Ik denk SHIT en de adrenaline begint in me te razen. Ik roep `MAN OVER BOORD!!!`, duw Bob van het stuurwiel weg, neem het over en vaar op motor recht naar drenkeling Wilfried. Het grootzeil hangt nog steeds half aan de mast, vangt veel wind en belemmert alle zicht. In enkele seconden loop ik naar de mast, trek het grootzeil naar beneden en prop het in de kajuit en trek het luik er min of meer over dicht. Hehe, vrij zicht en vrij sturen. Ik zie Wilfried gelukkig geweldig goed drijven: zijn jacket is opgeblazen. Hij ligt er bij als een voorbeeldige drenkeling: gele opvallende opgeblazen hoofdsteun, hoofd naar boven lichtjes in hyperstrekking, drijvend, armen en benen wijd open en geen poging ondernemend tot zwemmen. ` Ik moet hem opvissen, erbij geraken` is het enige waar ik aan denk. Superfocus en een totale koelbloedigheid. ` En Bob moet me hierbij helpen`. Ik roep `Bob, Bob, hallo Bob, je moet me helpen, ik ga naast Wilfried varen en daar stilliggen, je moet hem een touw geven zodat hij dat kan nemen en we hem zo kunnen opvissen.` Bob: `eh heu, welk touw?` `Geen tijd verliezen, gewoon nemen wat voor je voeten ligt !` schreeuw ik hem toe (rolreeflijn). Aan de reling hangt echter het lange oranje touw met drijfring, wellicht veel beter geschikt voor deze situatie. Het diende mijn inziens vlug te gaan en ik wou/kon me nu enkel concentreren op het sturen. We zijn bij Wilfried, mijn hart gaat wild te keer. Ik mag hem niet overvaren! Of in de schroef krijgen! We passeren Wilfried, die aan stuurboord van het schip ligt, rakelings. Het stuk touw gooit Bob in de buurt van Wilfried. Ik bid, smeek : `please, laat hem erin slagen het touw vast te nemen.` Maar, Wilfried beweegt geen vin. Armen en benen gestrekt en ik hoor hem enkel klagen ` Ik kan niets doen, ik kan niet bewegen, oh, help me`. Hij klinkt echt zielig. Ik schreeuw hem toe vol te houden, niet, nooit op te geven en dat het ons gaat, moet lukken. Ik draai de boot en roep` okay, mannen, 2de poging, nu MOET het lukken`. Ik voer het zelfde manoeuvre uit en weerom kan Willfried het touw niet pakken. Okay, dit is duidelijk: de drenkeling kan geheel niet meewerken. Gedachten en redeneringen flitsen door mijn hoofd. Tijd, dit mag niet lang duren, onderkoeling….!! Ik beslis het volgende: ik neem hem naast de boot, leg de boot stil, tracht hem bij te houden en ga hem vervolgens trachten op te takelen, maar eerst doe ik een Mayday, als het ons niet lukt, moeten we hulp van buitenaf krijgen. Zo gezegd zo gedaan. Voor de 3de maal kom ik langszij liggen en leg de boot stil, de motor blijft draaien in neutraal. Ik hang over het gangboord aan de leikant en grabbel Wilfrieds handen vast. Ik bedenk dat ik zelf nog steeds geen lifeline aan heb en makkelijk door het vastnemen van Wilfried of door de hoge golven zelf in het water kan tuimelen. Ik haak mijn voeten vast achter de stagen en hang over boord om Wilfrieds handen te nemen.Hij kan inderdaad geheel niet meewerken, maar is wel nog bij bewustzijn. Ik knoop de genuaschoot rond zijn beider polsen en trek die via de reling naar boven. Het is gigantisch zwaar. Hierdoor is zijn bovenromp uit het water en hangt hij vast aan de boot. Ik beleg de genuaschoot aan de klamp en geef het verdere eind schoot aan Bob die naast me zit in het gangboord om mee te helpen. Ik praat mezelf en de mannen constant moed in. Ik zeg tegen Bob: `je broer nooit lossen en zelf NIET in het water vallen, ik ga een Mayday doen, ben a.s.a.p terug.` Enkele seconden later doe ik mijn Mayday MOB op kanaal 16. Het gaat allemaal zeer snel. Ik vermoed dat we 10 minuten bezig waren alvorens ik de oproep deed. Waarom ik niet in 1ste instantie de oproep deed? Wel: ik wou Wilfried niet verliezen, kwijtspelen. Verder ging ik er ook van uit dat je een drenkeling zelf aan boord kan hijsen en dat die ook zelf kan meewerken. In ons geval was dat helemaal niet waar! Na mijn Mayday ging ik terug naar het gangboord en heb dan met behulp van de werplijn met drijvende ring Wilfried zijn benen kunnen ophijsen en vastbinden. Zo hing hij volledig, behalve zijn bekken , uit het water. Goed om de onderkoeling tegen te gaan. Hij begon grijzer te worden maar de ogen gingen nog open als ik riep. Hem ophijsen was onmogelijk, er kwam geen millimeter beweging in. Hem langs het schip naar de spiegel verplaatsen om hem aldaar via de zwemtrap aan boord te krijgen, lukte ook niet. 6 minuten na mijn oproep hing de Seaking helikopter boven mijn schip. Het geluid van die schroef: wat een geruststelling!! Ik stopte alle bedenkingen en acties om Wilfried aan boord te krijgen. Het rescue team ging ons nu helpen. Professionals, joepie! Een duiker kwam aan een lijn uit de heli neergedaald tot bij Wilfried, als een reddende engel. Ik maakte Wilfrieds bondage los en in een mum van tijd werden duiker en victim in de heli gehijst en vloog deze weg naar de spoedafdeling in Brugge. Red hem, please, dacht ik. Een vrijwillige redder van de Sterken Dries kwam aan boord en ik voer Lucky Bitch naar haar box. We legden aan . De rescue mannen stonden op de steiger: `Wilfried is okay, licht onderkoeld, maar hij leeft en ligt nu in Brugge op de spoed, bij bewustzijn en aan zuurstof op te warmen.` Of we er willen heen gaan? Tuurlijk. Bob, die in mijn ogen heel dapper en hulpvaardig is gebleven ondanks zijn onervarenheid, kon met zijn wagen rijden, ik reed mee. Daar zit je dan, er beginnen emoties los te komen. Het is zo een gebeuren, hee? Eens in Brugge op de spoed krijgen we Wilfried te zien, ik moet hem spontaan een kus geven. Joepie je leeft nog. `En ja, ik wil nog zeer graag mee met Lucky Bitch gaan zeilen, in de toekomst` zegt hij . Ook Bob geeft spontaan te kennen dat hij het ondanks dit alles een super zeilervaring vond en het eigelijk nog wil doen. Dat doet me deugd. We overstelpen elkaar met complimentjes. Er volgen nog formaliteiten met de zeevaartpolitie (verklaring en de papierwinkel). Zowel de Seaking mensen, als de Spoed mensen als de Vrijwilligers van de Blankenbergse Straffe Henderik als de zeevaartpolitie en de zeilers-vrienden in de jachthaven hebben me/ons geweldig bijgestaan. 100000 X merci aan hun! Maar wij zelve hebben het ook gered, en ik mag mezelf toch ergens tot heldin in dit verhaal uitroepen. Het is reeds laat als ik terug aan boord kom. Helemaal alleen ruim ik alles op en begin nu de zaken op een rijtje te zetten. Ik rij laat naar huis en blijf alles keer op keer overlopen in gedachtenb. Ik ga bij mijn vriendin slapen – heb geen zin in nachtmerries. Ik voel me plots bijzonder klein en aan de andere kant ook bijzonder groot!
Sigrid

Belangrijke erratum en rechtzetting omtrent mijn verslag over het M.O.B. gebeuren a/b van de Lucky Bitch op zondag 25 Oktober 2009:
Ik had in mijn relaas de VBZR (Vrijwillige Blankenbergse Zee Reddingsdienst) in een slecht daglicht geplaatst. Geheel onterecht klaarblijkelijk …
Rond Nieuwjaar werd ik opgebeld door Joeri Vermoere (de chief van de VBZR) die niet blij was met mijn woorden over het VBZR en het eigenlijk ook helemaal niet verstond. Zij zelf vonden dat ze prima werk hadden geleverd en hadden die bevestiging de dag na de redding van de Seaking gekregen. Felicitaties en bedankingen zelfs! Ik voelde me op zijn minst verveeld met de situatie. Nu het originele verslag naar een zeilschool was gegaan, online stond op mijn website en tevens was gepubliceerd, was dit een echt vervelende zaak die opgelost diende te worden.
Afgelopen zondag 7 maart 2010 heb ik samen met Joeri, zijn zoon Jannis Vermoere en Bruno Van Reeth (vrijwillige zeeredders) in de container waar zij hun VBZR - kantoortje hebben de ware en totale reconstructie van mijn M.O.B. gebeuren gemaakt. De puzzel is nu compleet. Er waren enkele stukjes die ontbraken maar vooral waren er enkele stukken fout gelegd!
Waar zat het misverstand???!!!
Heel `To the Point` en met een korte schets legt Joeri me uit wat zij wanneer en hoe gedaan hebben die dag: na de oproep hebben ze zich binnen enkele minuten weten klaarmaken om uit te varen met hun reddingsboot Sterken Dries. Jannis was die avond met zijn vriendin aan het strand aan het wandelen en had de Lucky Bitch reeds `vreemd` zien liggen schommelen voor de haven. Net op dat ogenblik gaat zijn bieper. De Sterke Dries komt onmiddellijk aan de loefzijde van Lucky Bitch langszij liggen en meteen worden de 2 jonge vrijwilligers Cedric De Brauwer en Jannis Vermoere bij mij aan boord gedropt. Ik zat zelf intussen aan de lijkant in het gangboord alwaar ik drenkeling Wilfried die naast de boot lag te kermen stevig vast hield. Vervolgens is de Sterken Dries achteruit gevaren en is langs lij op enige afstand achter mij blijven liggen. Ik zag hen toen pas. Van daar uit had Joeri, de reddingsschipper, een perfect zicht op het gebeuren. Met deskundigheid begreep hij dat de Seaking (die intussen boven ons hing) onmogelijk een duiker boven mijn jacht kon neerlaten tot op het dek of tot bij het slachtoffer. Dit omwille van het sterk schommelende jacht (er stonden hoge golven) waardoor de 15 m. hoge en sterk heen en weer zwiepende mast een gevaar voor duiker en heli betekende. Bij een redding volg je steeds regel 1: breng jezelf als redder nooit in gevaar! Vervolgens heeft Joeri met zijn team en reddingsboot een zeer volprezen en feilloze actie gevoerd die het melden meer dan waard is en tot een vlotte en vooral snelle redding van Wilfried leidde. De negatieve en vooral verkeerd geconcludeerde passage over de VBZR is uit het originele verslag geschrapt.
Dit vond ik echter niet voldoende, de lezers zouden ook (net zoals ik) de ware toedracht dienen te kennen. Immers: `een paar minuten langer in het water, zouden voor Wilfried mogelijk fataal geweest zijn` voegde zoon Yannis er aan toe. En die zoon heeft werkelijk samen met zijn collega`s een heldenrol gespeeld in het gebeuren. Ik vertel het met mijn eigen woorden (en hoop het plaatje nu voor altijd vast te hebben, te houden en de wereld in te sturen):
De Seaking blijft dus op een veilige afstand en niet vlak boven de Lucky Bitch hangen waardoor de duiker dus niet op het dek, of vlak bij victim Wilfried kan gedropt worden. Joeri vaart zijn reddingsboot (zonder zwiepende mast) onder de heli. De duiker wordt vlot gedropt in de reddingsboot. Joeri vaart snel met de reddende duiker tot bij Wilfried. Dit is het moment waarop ik voor het eerst de aanwezigheid van de Sterken Dries opmerk, dit is het moment waarop Wilfried de indruk krijgt dat hij het moeilijk krijgt door de boeggolf gecreëerd door de reddingsboot. Wat wij beiden niet door hebben is dat de interventie en assistentie aan de Seaking van de VBZR de redding van Wilfried betekent! Yannis en collega Cedric staan vlak naast me in het gangboord van het schip aan de lijkant . Ik ben zo in de ban van Wifried die ik vooral niet wil lossen waardoor ik de 2 jongens niet eens opmerk. Yannis springt vervolgens over boord in het water bij Wilfried om samen met de gedropte duiker de sling rond Wilfried te doen. Cedric die bij mij aan boord blijft, helpt Wilfried los te maken uit mijn zelf gefabriceerde knopen-met-de-schoten- greep om zijn polsen. Wilfried wordt opgetakeld door de Seaking. Pas dan haal ik adem en zie een vreemde bij me aan boord, Cedric die me zelfs gaat helpen! Ik kan weer lachen maar stel me niet 1 keer de vraag hoe die jongen bij mij aan boord gekomen is!?
Na de spoedopname mag Wilfried dezelfde avond reeds naar huis. Hij is gered!!
Niet alleen door de Seaking, maar - wat me nu en voor het eerst zeer duidelijk is – mede door de samenwerking met de assisterende VBZR.
Hiervoor mijn oprechte dank aan het VBZR team en mijn persoonlijke excuses aan Joeri en zijn kompanen voor het foute beeld dat ik in mijn originele relaas over hen neerzette. Bij deze wordt dit recht gezet. Ik zal de eerste zijn om jullie overal te prijzen en te loven en ga ervan uit dat mijn impact groot genoeg is om door te dringen bij de eerder verkeerd geïnformeerden. Het vreemde is dat ik zo geconcentreerd op mijn houdgreep was waardoor ik het droppen (het ogenblik dat ze arriveerden) van Cedric en Jannis en hun aanwezigheid zelfs vlak langs mijn zijde, niet eens gezien heb!! Achteraf, bij de reconstructie van het verhaal en het neerpennen er van, ben ik een beetje op Wilfried zijn onvrede (`haast verdronken door de boeggolf van de Sterken Dries`) voort gegaan zonder eigenlijk de ware bijdrage van de Strerken Dries te kennen.
Toen ik die avond van de VBZR container naar mijn boot wandelde vroor het nog maar eens dat het kraakte en toch had ik vanbinnen een heel warm gevoel! Ze verdienen een medaille!

Verslag Wilfried, Crewmember en M.O.B. SY Lucky Bitch:
op zondag 25 oktober zijn we met z'n drieën uitgevaren op "Lucky Bitch", een 36 voet stalen zeiljacht. Skipper Sigrid en ikzelf zijn al vaak samen gaan varen, vooral in de winter. Als derde was mijn broer Bob mee, die ook wel eens wou zien waarom ik zo gepassioneerd ben door het zeilen. Het was prachtig zonnig weer. Er stond een stevige windkracht zes en golven tot een meter hoog. Het was een heel leuke zeildag hoewel het toch al vrij koud was. Het enige minpuntje was dat de sluiting van mijn lifeline, toch een dure Gibb-sluiting, stuk gegaan was toen ik het zeil hees. We wilden wel graag voor donker thuis zijn en daarom hadden we besloten rond 14:30 al terug de haven van Blankenberge binnen te lopen. De havengeul van Blankenberge is vrij kort dus moeten we de zeilen strijken voor het havenhoofd. Net voor de havengeul rolden we dus de Genua in en ging ik naar de mast om het grootzeil te laten zakken terwijl Sigrid de motor had aangezet en perfect in de wind ging liggen. Toen ging het plots goed mis. Liet ik het zeil niet goed zakken of deed ik iets anders fout, ik weet het niet. Feit is dat het grootzeil niet door de lazy jacks op de giek gehouden werd en door de wind bijna het water ingeblazen werd. Met het zeil volledig naar beneden, greep ik zo veel mogelijk zeil vast om het naar binnen en op de giek te trekken. Plots voelde ik een klap. Ik viel. In het water. Normaal maak ik me dus altijd vast als ik in dergelijk weer aan de mast sta, maar omdat mijn lifeline dus stuk gegaan was kon dat niet. Ik droeg mijn volledig zeilpak en rolde vrijwel automatisch op mijn rug waar ik wat bleef drijven door de lucht in het pak. Het was een heel onwezenlijk gevoel, daar zo in zee te liggen terwijl het jacht waar je net op zat van je wegvaart. Het water dat langzaam mijn pak indrong voelde in het begin ook niet zo koud aan. Gelukkig was ik helemaal niet in paniek. Waarom zou ik ook, ik had en heb het volste vertrouwen in Skipper Sigrid. Ik was dus alleen maar boos op mezelf dat dit had kunnen gebeuren. Toen mijn zeilpak me begon onder te trekken blies mijn zwemvest zich automatisch op. Het is een 150N zwemvest met automatische hammer trigger. Dat gaf me een heel goed drijfvermogen. Ondertussen voer Sigrid langs me heen en probeerde Bob een touw naar me toe te gooien. Dat mislukte echter. Ik wist dat volgens de literatuur zwemmen geen zin heeft, dus bleef ik maar dobberen en liet Sigrid haar gang gaan. En daar kwam Lucky Bitch inderdaad op me af en ik dreef al snel aan de lijzijde, waar Bob een schoot van de Genua had laten zakken die ik stevig vastgreep. Eigenaardig dat aan de lijzijde ik helemaal het gevoel niet had dat er windkracht 6 en behoorlijk hoge golven stonden. Alleen begon het nu wel koud te worden. En toen begon eigenlijk het echte probleem. Sigrid en Bob probeerden me omhoog te hijsen aan mijn harnas. Maar omdat mijn kleren zich vol water gezogen hadden was daar geen beginnen aan (ik weeg zelf ongeveer 75 kg). Ze sloegen er alleen in een stuk van mijn bovenlichaam uit het water te krijgen. Omdat mijn harnas ook geen "crotch-strap" heeft, en mijn armen naar boven waren, ging de zwemvest ook half boven mijn hoofd hangen. En zo hing ik daar terwijl Sigrid riep dat ze een hulpdiensten ging verwittigen. Na haar mayday liet ze nog een tweede touw in het water zakken als een lus waar ik mijn benen in stak zodat ze die ook gedeeltelijk uit het water kon lichten. Het begon toen echt wel koud te worden. Mijn handen voelden bevroren aan. Plots zag ik boven mij een Seaking hangen en zag ik dat de mannen van de Blankenbergse reddingsdienst aan boord van het jacht waren gegaan. Dat gaf een heel goed gevoel van opluchting, hoewel de eerstvolgende momenten niet echt aangenaam waren. Ik werd eerst terug in het water gelaten en voelde dat iemand me vanachter vastnam en met me wegzwom. Ik denk, maar ben het niet zeker, dat het eerste plan was me aan boord van de RIB van de reddingsdienst te hijsen, maar dat ze dat al snel moesten opgeven. Toen ze me even loslieten was het wel spannend want doordat mijn reddingsvest te hoog zat en door de golfslag begon er nu water over mijn gezicht te spoelen. Ik riep "lucht" en een seconde later ging ik de lucht in, richting Seaking. Ik voelde een stekende pijn in mijn rug. Ik werd aan boord getrokken van de helikopter waar het water uit mijn mond en neus liep. De bemanning bedekten me onmiddellijk met dekens want ik begon onbedaarlijk te rillen. Nog nooit heb ik zo gerild. Een paar minuten later werd ik de spoeddienst van Sint Jan in Brugge binnengerold. Pas daar hielpen ze mij uit mijn kleding en legden me onder een matras waar warme lucht doorging. Mijn temperatuur ging vreemd genoeg nog steeds naar beneden, maar was nooit dramatisch laag : op 34.5 stabiliseerde ze om daarna te klimmen. In de uren die volgden werden ook nog radiografieën van mijn longen en ribben gemaakt (twee gebroken ribben), maar er was verder niks aan de hand. 's Avonds werd ik alweer ontslagen. Achteraf dacht ik, misschien was ik beter naar de zwemtrap gebracht, maar ik denk dat zelfs daar het heel erg moeilijk zou geweest zijn me uit het water te halen. En als je dan aan boord bent, zonder warme kleren, wat dan?

Wilfried
Wilfried

Verslag BOB, Crewmember SY Lucky Bitch:
Het was een spannende en avontuurlijke dag, en Wilfried en Sigrid hebben me goesting doen krijgen in het zeilen; ik ga dat zeker nog doen. We zijn alledrie gezegend met dit voorval : ons veiligheidsbewustzijn is erdoor aangescherpt, en dat zal in de toekomst levens redden. Niettemin was het een heel emotionele ervaring voor mij. Wilfried hing eventjes aan een stuk zeildoek aan de giek, en viel dan verticaal in het water. De uitdrukking op zijn gezicht zal me altijd bijblijven: lachend, alsof hij een demonstratie gaf over hoe je in het water moet vallen. In tegenstelling tot Sigrid en Wilfried wist ik niet hoe zo'n zwemvest werkt. In mijn voorstelling bevond Wilfried zich dus onherstelbaar op de bodem van de zee. Ik ben de oudste van vier kinderen, Wilfried is de jongste; in de wereld van ons mama en onze papa moest ik dus op Wilfried passen. Pas toen Sigrid het schip keerde besefte ik dat Wilfried oppikbaar was, en jawel, daar lag hij; vrolijk drijvend op zijn zwemvest. Toen vroeg Sigrid om hem een touw te smijten. Aan mijn voeten lag het vol touwen: vooral losse. Zoiets kan je misschien een meter wegsmijten, niet voldoende voor de 8 m die Wilfried nog verwijderd was. Toen Sigrid kwaad werd omdat ik vroeg: "welk touw" heb ik gedaan wat je vroeg: het eerste het beste touw gegooid. Dat was inderdaad 7 meter ernaast, maar het was een heerlijk moment, want Wilfried riep "Dat gaan ik niet kunnen pakken". Hij leefde! Nadien heb ik dan die groene lijn (de genuaschoot) kunnen gooien, die Sigrid vervolgens van mij heeft overgenomen om vast te binden en ze me die dan weer gaf met de besliste mededeling "Niet laten schieten"- alsof ik zoiets zou kunnen doen: een lijn laten schieten waar mijn broerke aan vast hangt! Ik kon hem niet zo goed zien over die reling, en de lijn sneed heel de tijd in mijn hand. Alleen bij een golf kwam Wilfried een beetje omhoog, en verminderde de druk op mijn hand een beetje (die hand is nu nog niet helemaal genezen, maar is niet blijvend kapot). Maar we konden met elkaar praten, en dat hield ons liggend overeind, wat een klassiek voorbeeld is van verkeerde beeldspraak.Ik weet niet hoe ik dit verhaal moet stopzetten; misschien kan het gewoon met het woord "Einde", maar in dit geval is "Dank je" veel meer op zijn plaats.

Bob
Bob.

Lessons Learned by Wilfried
1. je moet altijd een zwemvest aan hebben en liefst eentje met een crotch strap
2. maak jezelf altijd vast als je naar voor gaat (tenminste als je lifeline niet stuk is)
3. als er gevaar voor onderkoeling is, dus volgens mij op de Noordzee als het niet in juli of augustus is, moeten de reddingsdiensten onmiddellijk gewaarschuwd worden

Lessons Learned by Sigrid

1. geen ENKEL risico nemen. D.w.z.: bij weervoorspelling 5-6 (beginnend zwaar weer) en vermoeide/onervaren crew NIET uitvaren
2. je eigen grenzen kennen en er rekening mee houden. En ik als skipper de grenzen van mijn crew kennen, kunnen inschatten en er rekening mee houden
3. lifeline (GOEIE) ten allen tijde aandoen om aan het dek te werken – geen uitzonderingen hierop.
4. ten allen tijde 1 hand voor jezelf, 1 hand voor de boot. Dit uitdrukkelijk briefen aan crew.
5. met je handen kan je een zeil/een giek/een schoot NIET manipuleren als de kracht van de wind erin zit. Dit uitdrukkelijk briefen aan crew.
6. kruisband Lifejacket Crotch Strap - strongly recommended - prevents the lifejacket from riding up when in the water, thus making swimming easier and the lifejacket more secure.
crotchstrap
7. `FIRST of ALL: reddingsdiensten alarmeren` is de algemene welgekende hulpregel, first of all… ik heb daar enige bedenkingen bij: ik vond het belangrijk eerst de M.O.B. te spotten en bij de boot te krijgen/te houden. Hem eerst zelf aan boord trachten te krijgen. Ik besefte ook constant het gevaar van onderkoeling en heb dus constant geweten dat er geen tijd verloren mocht gaan. Ik heb pas nadat ik de boot bij de drenkeling `parkeerde` en hem `vastmaakte` aan de boot (ongeveer 10 minuten na het ongeval) de reddingsdiensten opgeroepen d.m.v. een Mayday op Kanaal 16 via de VHF. De Seaking helicopter was 6 minuten later reeds ter plaatse. Heel snel dus! Achteraf bleek dat `ze al in de lucht hingen` wegens oefening en aldus geen opstartprocedure moesten doen, wat op zich 20 minuten meer tijd vraagt!! Ik vermoed dat Wilfried dus in totaal een 20 minuten in het water heeft gelegen. `in`, t.t.z. na 10 minuten grotendeels uit het water met hoofd, bovenlichaam, armen en benen. De noodoproep met de portable VHF doen (die altijd klaar ligt met volle batterijen) kan een goede optie zijn omdat je dan de 2 zaken (die mijn inziens even prioritair zijn) misschien samen kan doen: de mayday doen en de drenkelijk naderen met je schip.
8. gebruiksvriendelijkere reddingsmiddelen direct in de nabijheid hebben en gebruiken – ervan uitgaan dat de victim nauwelijks kan meewerken
9. de werking van de VHF en de procedures van noodoproepen maken op Kanaal 16 briefen aan opvarenden
10. na de noodoproep op Kanaal 16, overschakelen naar Kanaal 67 om de opvolging – communicatie tussen de reddingsdiensten te kunnen volgen.
11. snel en koelbloedig te werk gaan
12. geen paniek
13. volhouden en nooit opgeven.

Uitrusting en aanpak LUCKY BITCH i.v.m. M.O.B.
Reddingsmiddelen M.O.B.:
a. oranje touw met drijfring met musketon
b. lifejackets in orde en met kruisbanden voor elke opvarende
· lifejacket(s) geheel in orde
· kruisband gebruik
· reserve gaspulleke
c. liflelines: te allen tijde aan (verplicht) bij dekwerken/wandelingen en zelf ook altijd aan
d. lifeline banden over gangboord
e. zakmes op zak voor elke opvarende
f. zaklamp (check werking) op zak voor elke opvarende bij nacht
g. deklicht
h. boots haak
i. schijnwerper.
j. VHF Kanaal 16/67
k. VHF Portofoon
l. rood boekje Lucky Bitch (Lucky Bitch`s bible)
m. geladen GSM met daarin noodnummers 112 en nummer Straffe Henderik
n. vuurpijlen
o. lifesling
p. drijvend en lichtgevend markeer licht
q. inox trap met touwen
r. zeil-draagberrie ?
s. Rode Kruis boek a/b

Briefing crew:
a. tonen aan crew waar reddingsmiddelen liggen
b. werking ervan uitleggen
c. M.O.B. afspraken vooraf maken
d. manoeuvers vooraf bespreken

Hoe je te werk gaat bij M.O.B. mijn inziens en na dit gebeuren

Dit is een zeer moeilijk te omschrijven taak. Vooral omdat alles af hangt van zoveel factoren: plaats, dag (nacht?) van het jaar, situatie: zeilend of motorend, aantal crewmembers, M.O.B. of Skip O. B? , meteo, enzovoorts. En er volgens mij ook een portie geluk/ongeluk mee gemoeid is. Er dient dus bij elk uitvaren een M.O.B. scenario gebrieft te worden….
Ik zal dus uitgaan van bovenstaande concrete omstandigheden:

· 25 oktober 2009, 15u00, dag, temperatuur water 12gr. , luchttemperatuur 14gr.
· Noordzee, 0.5 NM voor ingang haven Blankenberge
· ZW 5-6 bf, golven van 1 meter, uitstekende zichtbaarheid, zonnig.
· crew: skip Sigrid, crew en medium ervaren zeiler Wilfried, crew totaal onervaren zeiler Bob
· MOB: Wilfried
· motor staat aan, rolgenua in gerold, grootzeil half gestreken

1. roepen MAN OVER BOORD van zodra iemand het ziet.
2. iemand blijft de M.O.B. constant aanwijzen .
3. iemand doet onmiddellijk een noodoproep op CH16 waarbij hij de naam van het schip, de positie, de melding M.O.B. en de gewenste hulp bericht..
4. indien je nog aan het zeilen bent, dadelijk zeilen naar beneden en motor aan.
5. iemand stuurt het schip – liefst op motor – a.s.a.p. naar de drenkeling toe.
6. je gaat stilliggen met het schip naast de drenkeling en tracht hem aan boord te halen – zo goed als onmogelijk volgens mij.
7. je wacht op de reddingsdiensten – intussen onderneem je alle pogingen om de M.O.B. uit het water te krijgen.